Hoe filosoferen dorpsschool Muldershof in Beek en Donk in beweging brengt
.png)
Een dorpsschool met klassiek onderwijs
Muldershof is een dorpsschool in een relatief groot dorp met meerdere basisscholen. Thijs omschrijft de school als gemoedelijk en klassiek: “We zijn eigenlijk een echte dorpsschool. Over het algemeen hebben we vooral witte kinderen. We zijn geen afspiegeling van de maatschappij zoals je die in de Randstad ziet.”
Het onderwijs is lange tijd vooral klassikaal ingericht geweest. Digitale middelen zijn er wel, maar vooral als extraatje. “Het zat nog niet echt verweven in onze lessen. Dat is de laatste jaren wel aan het veranderen.” Ook in het denken van kinderen was dat klassieke onderwijs voelbaar, vertelt Jade: “Het was vaak: er is één goed antwoord. Bij rekenen, bij taal, maar ook in gesprekken.”
Op zoek naar burgerschap en samenleven
De stap richting filosoferen kwam niet direct vanuit Thijs en Jade zelf, maar vanuit een bredere schoolvraag. “Onze gedragscoördinator en directeur waren op zoek naar iets rondom burgerschap en hoe we met elkaar omgaan op school,” vertelt Thijs. “Ze zijn gaan kijken wat er op de markt was en kwamen zo bij jullie uit.” Na een proefles en een studiedag was het gevoel in het team al snel duidelijk: “Na die dag was iedereen eigenlijk meteen enthousiast. Over de vragen, maar vooral over hoe kinderen met elkaar in gesprek gingen.”
“Dit is zo anders dan onze gewone lessen”
Dat enthousiasme zat vooral in het contrast met de dagelijkse lessen. “Het is zo anders dan alle andere lessen die je geeft,” zegt Thijs. “Kinderen die normaal niet opvallen bij rekenen of taal, zie je hier ineens boven komen drijven.” Jade vult aan: “Iedereen kan meedoen. Iedereen mag iets zeggen. Dat zie je niet bij elke les.”
Van sturen naar ruimte geven
Voor Thijs betekende filosoferen ook iets in zijn eigen rol als leerkracht. “Ik ben geneigd om een bepaalde kant op te sturen. Bij deze lessen ben ik me er heel bewust van: ik mag samenvatten en doorvragen, maar ik moet mijn eigen mening niet laten zien.” Jade merkt dat er ook echt tijd wordt gemaakt voor denken: “Je plant bewust een moment in om een eigen mening te vormen. Dat deden we wel, maar nu gebeurt het veel gerichter.”
Wennen aan een andere manier van lesgeven
De eerste lessen waren even zoeken. “Het is een andere manier van lesgeven,” zegt Thijs. “De kinderen moeten meer aan het woord zijn dan ik. Dat was wennen.” Toch gaf de begeleiding vertrouwen. “Het was fijn dat Tom van Kleine Grote Denkers ook kwam kijken en bevestigde dat we het goed deden.” Jade werkte al veel met coöperatieve werkvormen en merkte hoe goed dat aansloot: “In kleine groepjes zie je dat kinderen echt met elkaar in gesprek gaan.”
Wat er gebeurt bij kinderen tijdens het filosoferen
In het begin staken vooral dezelfde kinderen hun vinger op. “Ze zijn gewend dat er één goed antwoord is,” zegt Thijs. “En dat hoor je dan ook vaak van dezelfde kinderen.” Maar dat verandert. “Omdat ze niet te horen krijgen dat hun antwoord fout is, durven steeds meer kinderen iets te zeggen.” Jade ziet hetzelfde: “Ze leren uitleggen waarom ze iets vinden. Als je kunt uitleggen waarom je denkt wat je denkt, dan is het eigenlijk altijd goed.”
De opbrengsten: zichtbaar, ook buiten de filosofieles
Die manier van denken blijft niet beperkt tot het filosofiemoment. “Je werkt heel bewust aan gespreksvaardigheden,” zegt Thijs. “Hoe praat je met elkaar als je het oneens bent? Elkaar aankijken, uit laten praten.” Dat zie je ook terug bij andere lessen. “Bij een boekbespreking of een andere presentatie is dat niet anders. Het zit verweven in de dag.” Voor Jade zit de opbrengst ook in bewustwording bij leerkrachten: “Je houdt je eigen mening vaker voor je en laat kinderen zelf denken.”
Leerlingen in een ander licht
Een van de grootste veranderingen zit in hoe Thijs en Jade naar leerlingen kijken. “Je ziet andere kinderen in hun kracht komen,” zegt Thijs. Hij vertelt over een leerling die moeite heeft met taal en rekenen. “Bij andere lessen kost het veel energie en zie je vooral storend gedrag. Maar bij deze lessen blijkt hij een enorme woordenschat te hebben, veel fantasie en wereldkennis. Hier mag hij zichzelf helemaal laten zien.”
Momenten die zijn bijgebleven
Jade herinnert zich een van de eerste lessen, over de herfst. “De vraag was: kan de herfst meerdere keren per jaar voorkomen?” Het ene kind zei ja, het andere nee. Beide antwoorden werden goed onderbouwd. “Ze accepteerden van elkaar dat ze het niet eens waren. Toen dacht ik: ze kunnen dit gewoon.”
Thijs herinnert zich juist hoe lastig oneens zijn soms is. “Een jongen vond het heel moeilijk dat een ander kind een totaal andere volgorde maakte. Stap voor stap leer je dan: jij mag dat fout vinden, maar dat betekent niet dat het ook fout is.”
“Hier leggen we de basis”
Thijs werkt in de onderbouw en ziet filosoferen als fundament. “Onze kinderen zijn vijf, zes, zeven jaar. We hebben het nog niet over grote maatschappelijke kwesties. Maar hier leggen we de basis: leren omgaan met meningsverschillen en leren dat jouw mening telt.” Jade ziet vooral het leren vragen stellen groeien. “In het begin vinden kinderen dat lastig, maar ze leren het steeds beter. Die basis leg je hier.”
Een vast moment in de week
In de praktijk zetten ze de spellen op vaste momenten in. “Meestal één keer per week,” zegt Thijs. “Vaak vrijdagmiddag, in de kring.” Soms sluiten de spellen aan op wat er speelt. “Na de pauze, als er iets is gebeurd. Dan kun je dat mooi meenemen.” Jade werkt op een vergelijkbare manier, vaak op maandagmiddag.
Waarom dit past bij Muldershof (en eigenlijk bij elke school)
Volgens Thijs is het niet iets dat alleen werkt op hun school. “Het is laagdrempelig. Elke school kan hiermee werken, of je nu in een dorp zit of in de stad.” Jade benadrukt de flexibiliteit. “Je kunt het koppelen aan elk thema. Je kunt het aanpassen aan wat jij nodig hebt.” Thijs vat het simpel samen: “Het is praktisch. En makkelijk in je dagelijkse routine toe te passen.”