Burgerschap of sociaal-emotioneel leren

Als je met je klas bezig bent met leren samenwerken: doe je dan aan burgerschap, aan sociaal-emotioneel leren (SEL) of aan allebei? En als er een conflict is tussen leerlingen op het schoolplein en je helpt hen om dat op te lossen: werk je dan alleen aan SEL of juist ook aan burgerschap?
Het zijn maar twee van de vele voorbeelden waarbij het onderscheid tussen burgerschap en sociaal-emotioneel leren verwarrend kan zijn. En dat is logisch. Burgerschap en SEL raken elkaar, overlappen soms en kunnen elkaar nodig hebben. Toch zijn ze niet hetzelfde. En dat onderscheid is belangrijk om te weten als je op school bewust bezig bent met burgerschap.
In dit artikel nemen we je stap voor stap mee.
Wat verstaan we onder burgerschap?
Bij burgerschap denken we vaak als eerste aan leren hoe de democratie werkt. Je oefent in de klas een debat, kinderen stemmen over een keuze of jullie stellen samen regels op. Dat is waardevol, want leerlingen ervaren dat hun stem ertoe doet en hoe besluiten samen tot stand komen. Toch gaat burgerschap verder dan dit.
Een democratische samenleving draait namelijk niet alleen om samen besluiten maken, maar ook het in stand houden van democratische waarden. Denk aan vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Het lastige is: er bestaat geen vast antwoord op de vraag welke democratische waarden het belangrijkst zijn of hoe je ze op school invult. Wat vrijheid betekent voor de één, kan voor een ander iets heel anders zijn. Juist daarom is burgerschap geen vast lijstje met regels, maar een open en levend begrip. Burgerschap gaat dan ook niet over het leren van het juiste antwoord. Het gaat over leren omgaan met verschillende perspectieven, met twijfel en met maatschappelijke dilemma’s.
Hierin kan het belang van samen filosoferen liggen. Niet om kinderen te vertellen wat ze moeten vinden, maar om met elkaar verschillende antwoorden te onderzoeken. In een filosofisch gesprek leren leerlingen hun gedachten verwoorden, luisteren naar andere perspectieven en omgaan met verschil. Zo oefenen ze niet alleen hoe de democratie werkt, en ook wat het vraagt om samen te leven in een democratische samenleving.
Op school werk je met je leerlingen eigenlijk elke dag aan samenleven. Je zou de klas kunnen zien als een soort mini-samenleving. Kinderen komen samen met andere kinderen die ze niet zelf hebben uitgekozen. Ze oefenen met verschillen tussen elkaar, met meningsverschillen en met samen beslissingen nemen. Dat maakt scholen een belangrijke oefenplek voor burgerschap. Dat zie je terug in allerlei momenten: tijdens kringgesprekken, bij samen spelen op het schoolplein of wanneer er een conflict ontstaat. Het samenleven in de klas komt in vele vormen en op verschillende momenten terug.
Burgerschap gaat dan ook over voegen en vormen. Voegen betekent dat je leert hoe de samenleving nu werkt en hoe je jezelf daarin beweegt. Vormen betekent dat je leert nadenken over hoe het anders of rechtvaardiger zou kunnen.
Stel, je komt bij iemand thuis en je ziet dat iedereen zijn schoenen uittrekt. De kans is groot dat jij dat ook doet. Je past je aan. Dat is voegen. Maar stel dat iedereen bij binnenkomst ineens al zijn kleren uittrekt. Dan trek je misschien een grens. Je vormt je eigen oordeel over wat voor jou oké is. Dat is vormen.
Burgerschap leert kinderen dat beide houdingen nodig zijn. En dat de spanning daartussen erbij hoort. Soms is aanpassing passend. Soms is het juist belangrijk om kritisch te zijn en je eigen positie te bepalen.
Wat is sociaal-emotioneel leren
Om je eigen mening te kunnen vormen en bewuste keuzes te maken, is het belangrijk dat je jezelf kent. Dat je kunt aanvoelen wat er in jezelf gebeurt en wat dat betekent in contact met anderen. Daar raakt burgerschap aan sociaal-emotioneel leren. Sociaal-emotioneel leren richt zich op de persoonlijke en sociale ontwikkeling van kinderen. Het helpt leerlingen om zichzelf beter te leren kennen en om hun plek te vinden binnen sociale groepen, zoals de klas, een vriendengroep of de buurt. Dat maakt het een belangrijke basis voor veel situaties in de klas. Tegelijkertijd roept dit ook vragen op. Want wanneer werk je aan SEL, en wanneer aan burgerschap? En wat gebeurt er als je die twee door elkaar haalt?
SEL gaat bijvoorbeeld over:
- Emoties herkennen en reguleren
- Zelfvertrouwen ontwikkelen
- Omgaan met tegenslagen en veerkracht opbouwen
- Samenwerken
- Communiceren
- Empathie tonen
- Zelfredzaamheid
De focus ligt bij sociaal-emotioneel leren vooral op het individu en de directe omgeving. Hoe gaat het met jou? Wat voel je? En hoe ga je om met de kinderen in jouw klas of in jouw omgeving? SEL helpt kinderen om zich prettig en veilig te voelen en om sociaal vaardig te zijn. Dat is waardevol. En het vormt vaak een belangrijke basis voor wat er dagelijks in de klas gebeurt.

Overeenkomsten en verschillen
Burgerschap en sociaal-emotioneel leren zijn twee belangrijke thema's binnen het onderwijs, maar ze richten zich op verschillende aspecten van de ontwikkeling van kinderen.
Burgerschap draait om het functioneren in een democratische samenleving, het leren omgaan met verschillende perspectieven en het bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken en conflicten. Het is meer gericht op de samenleving als geheel: hoe kinderen zich verhouden tot anderen, het nemen van gezamenlijke beslissingen en het begrijpen van waarden zoals vrijheid, gelijkheid en solidariteit.
Sociaal-emotioneel leren richt zich daarentegen op de persoonlijke en sociale ontwikkeling van kinderen. Het helpt hen zichzelf beter te begrijpen, hun emoties te herkennen en te reguleren, en effectiever te communiceren met anderen. Het vormt de basis voor sociaal vaardig gedrag en helpt leerlingen zich zelfverzekerd en empathisch op te stellen in sociale interacties.
Burgerschap en sociaal-emotioneel leren hebben toch enkele belangrijke overeenkomsten:
- Beide hebben aandacht voor gedrag en houding van leerlingen.
- Beide worden geoefend in de dagelijkse praktijk, bijvoorbeeld door conflicten op te lossen of samen te werken.
- Beide dragen bij aan een positief en veilig schoolklimaat door respect, samenwerking en het omgaan met verschillen te bevorderen.
Hoe je beiden kunt combineren
Het creëren van samenhang tussen burgerschap en sociaal-emotioneel leren is ontzettend belangrijk, omdat ze elkaar perfect aanvullen. Sociaal-emotioneel leren (SEL) biedt de persoonlijke en sociale vaardigheden die leerlingen nodig hebben om goed mee te doen in burgerschapsactiviteiten, zoals samen beslissen, omgaan met meningsverschillen en het verkennen van belangrijke maatschappelijke waarden. Aan de andere kant geeft burgerschap hun de bredere context waarin ze de SEL-vaardigheden kunnen toepassen en echt begrijpen waarom deze vaardigheden zo belangrijk zijn in de samenleving.
Wanneer deze twee gebieden goed op elkaar aansluiten, leren leerlingen niet alleen hoe ze met hun eigen emoties om moeten gaan, maar ook waarom dat van belang is in de bredere sociale en democratische wereld.
Twee tips om samenhang te creëren tussen burgerschap en sociaal-emotioneel leren:
- Integreer SEL in burgerschapslessen: Begin met het oefenen van SEL-vaardigheden zoals actief luisteren, het reguleren van emoties en het tonen van empathie. Bouw deze vaardigheden daarna verder uit in burgerschapsactiviteiten. Bijvoorbeeld, door leerlingen te laten oefenen met gezamenlijke besluitvorming of het oplossen van conflicten op een democratische manier, waarbij ze hun sociale en emotionele vaardigheden kunnen inzetten in een bredere, maatschappelijke context. Zo leren ze niet alleen hoe ze goed met zichzelf en anderen omgaan, maar ook hoe ze deze vaardigheden in de echte wereld kunnen toepassen.
- Gebruik gezamenlijke reflectie: Moedig leerlingen aan om samen na te denken over hoe hun SEL-vaardigheden hen hebben geholpen tijdens een groepsactiviteit. Hoe ging het luisteren naar elkaar? Hoe verliep de samenwerking? Wat kan er de volgende keer anders of beter? Door deze reflectie krijgen leerlingen niet alleen meer inzicht in hun persoonlijke ontwikkeling, maar ook in de rol die zij spelen binnen de gemeenschap. Dit versterkt de verbinding tussen persoonlijke groei en maatschappelijke verantwoordelijkheid. De KGD-monitor kan hierbij waardevolle ondersteuning bieden, doordat het een concreet hulpmiddel is om deze reflectie te sturen en te verdiepen.
Meer weten over hoe je deze aanpak kunt implementeren?
Hoewel het duidelijk is wat het verschil is tussen burgerschap en SEL en waarom ze samen moeten worden geïntegreerd, blijft de vraag hoe je dit effectief in je klas kunt toepassen. Wij helpen je graag verder bij het ontwikkelen van een programma waarin deze twee elementen op een praktische manier samenkomen. Neem contact met ons op voor meer informatie over de juiste aanpak, de burgerschapsmonitor of voor begeleiding op maat.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen burgerschap en SEL?
Sociaal-emotioneel leren (SEL) gaat over het individu en de directe relaties: gevoelens herkennen, luisteren, omgaan met jezelf en de ander.
Burgerschap gaat over samenleven in een democratische samenleving: omgaan met verschillen, inspraak, waarden en conflict. De klas is een mini-maatschappij, en burgerschap helpt kinderen daarin oefenen.
Moet je beide aanbieden op school?
Ja. Burgerschap is wettelijk verplicht en vraagt om expliciete aandacht. SEL ondersteunt de ontwikkeling van leerlingen en kan burgerschap niet vervangen.
Hoe werken SEL en burgerschap samen?
SEL levert vaardigheden zoals luisteren, empathie en zelfregulatie. Burgerschap gebruikt die vaardigheden in een bredere context: samen beslissen, meningsverschillen onderzoeken en omgaan met maatschappelijke verschillen.
Is SEL onderdeel van burgerschapsvorming?
Nee. SEL kan bijdragen aan burgerschap, maar is er geen onderdeel van. Als beiden gelijkgesteld worden, verdwijnt de maatschappelijke en democratische kern van burgerschap.
Hoe leg je het verschil uit aan ouders?
Je kunt het simpel houden:
- SEL helpt kinderen zichzelf en anderen beter begrijpen.
- Burgerschap helpt kinderen begrijpen hoe we samenleven en omgaan met verschillen
Beiden zijn belangrijk, maar hebben een ander doel.